Knack

Het lichaam spreekt

 

 

Als wetenschappers uit verschillende disciplines beter gaan samenwerken, weten we straks eindelijk hoe taal is ontstaan. En hoe ze verder zal evolueren.

 

Hoe is taal geëvolueerd tot de complexe technologie die ze vandaag is geworden? Niemand die het weet. Een belangrijke reden daarvoor is dat er van taal, voor de komst van het schrift, geen overblijfselen te vinden zijn. En toen het schrift er kwam, was taal al lang volwassen. 'De taalwetenschap heeft zich veel te lang geconcentreerd op geschreven taal', zegt Tony Belpaeme, een expert kunstmatige intelligentie aan de Universiteit van Plymouth in Engeland. Belpaeme zet computersimulaties in om de oorsprong van taal te achterhalen. 'Taalkundigen hebben zich vijftig jaar lang beziggehouden met het analyseren van krantenartikelen, maar dat is niet de taal waar mensen zich negentig procent van de tijd van bedienen. Wij praten tegen elkaar. Dat gebeurt niet in ronkende volzinnen. Er wordt gehakkeld, gestommeld, ge-euhd. Als mensen met elkaar praten gaan ze hun taal ook op allerlei manieren op elkaar afstemmen. We voeren dialogen, geen monologen. We maken gebruik van gebaren, intonatie, ritme, mimiek. Gesproken taal is iets heel anders dan geschreven taal, en is veel te weinig bestudeerd in de taalkunde. Pas nu komt er schot in de zaak.'

Het onderzoek naar taal zit verspreid over vele disciplines. Katrien Mondt en Nathalie Gontier, respectievelijk linguïste en wetenschapsfilosofe aan de VUB, richtten daarom drie jaar geleden de onderzoeksgroep 'Dynamisch Inter- en Transdisciplinair Taal Onderzoek' op, kortweg DITO. Gontier verdiept zich al jaren in de evolutie van taal, Mondt doet onderzoek naar meertaligheid. Beide onderzoekers brachten zopas een boek uit, De nieuwe taalwetenschappen , met daarin bijdragen van een dozijn wetenschappers uit verschillende domeinen, onder wie Belpaeme. Bedoeling is om de samenwerking tussen verschillende taalgerelateerde disciplines te stimuleren. Dat is nodig, want uit het boek blijkt duidelijk dat de meningen ver uit elkaar liggen.

Wat is er mis met de oude taalwetenschappen?

KATRIEN MONDT: Taal was tot diep in de twintigste eeuw voornamelijk het onderzoeksobject van filosofen en later linguïsten. Die hebben waardevolle concepten en theorieën geïntroduceerd, maar ook het wetenschappelijk taalonderzoek te sterk afgebakend. Een aantal vernieuwende invalshoeken ontstaan binnen de biologie, de neurologie, de artificiële intelligentie en het gebarentaalonderzoek hebben nieuwe onderzoekswegen geopend om taal te bestuderen. Maar de samenwerking tussen al die disciplines laat op zich wachten.

De confrontatie met andere disciplines laat weinig heel van de klassieke taalkunde?

MONDT: De traditionele linguïstiek stelt dat taalprocessen zich in de linkerhelft van het brein afspelen, en dat er twee belangrijke taalgebieden zijn: het gebied van Broca, dat zorgt voor taalproductie, en het gebied van Wernicke, dat instaat voor het taalbegrip. Taal moet daarom worden bestudeerd als een op zichzelf bestaand systeem, los van andere cognitieve processen. Dat inzicht is gebaseerd op onderzoek van mensen die hersenschade hebben opgelopen en daardoor problemen hebben met taal. Maar sinds de jaren negentig kunnen wetenschappers via beeldvormingstechnieken (zoals fMRI) een kijkje nemen in een levend, werkend brein. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat het gebied van Broca oplicht bij zowat elke cognitieve activiteit. En bij elke taalactiviteit wordt ook het cerebellum geactiveerd, dat voor motorische coördinatie zorgt. Bij late en minder vaardige tweetaligen is er zelfs vooral activiteit in de rechterhersenhelft. Taal is niet zo uniek, ze maakt gebruik van cognitieve capaciteiten die al langer in de hersenen aanwezig waren.

Waarom kwam het onderzoek naar de evolutie van taal zo laat op gang?

NATHALIE GONTIER: De meeste taalkundigen beschouwen taal als een uniek menselijke eigenschap. Dus hebben vergelijkende evolutionaire studies met dieren geen zin, want er bestaat geen taal bij dieren. Volgens de meeste linguïsten is taal in één klap ontstaan door een genetische mutatie. Maar er zijn onderliggende vaardigheden die zowel bij mensen als bij dieren aanwezig zijn. Er zijn soorten, zoals de groene meerkat, die bepaalde kreten uiten bij het zien van bepaalde roofdieren. Er is een kreet bij het zien van een arend, en als ze dat horen kijken ze omhoog. Er is een kreet voor een slang, en dan springen ze van de grond. Er wordt dus blijkbaar een betekenis gecommuniceerd. Maar het is geen mensentaal. Bijna elk woord in de mensentaal heeft synoniemen of meerdere betekenissen. Menselijke taal is ook gewild. Een angstig mens kan net als een dier angstkreten uitslaan, zonder dat te kunnen onderdrukken, maar dat is nog geen taal. Anderzijds gebruiken primaten in het wild ook veel handgebaren om gewild betekenis over te brengen. Men is er zelfs in geslaagd om primaten een rudimentaire gebarentaal aan te leren. We weten niet goed wat taal is.

Ligt het niet voor de hand dat taal is ontstaan uit dierlijke kreten?

GONTIER: De recente ontdekking van spiegelneuronen wijst er eerder op dat taal is ontstaan uit een wederzijds begrip van mimiek en handgebaren. Het werd bewezen dat dezelfde neuronen in actie komen tijdens zowel het waarnemen als het uitvoeren van een handeling, bijvoorbeeld het grijpen van een object. In de hersenen van de uitvoerder en van de observator speelt zich dus precies hetzelfde af, toch wordt de handeling niet fysiek uitgevoerd door de observator. Dat is heel bizar. Er is een sterke repressie van de neuronen die verhindert dat de lichaamsdelen worden geactiveerd om tot een daadwerkelijke uitvoering over te gaan. Als die repressie niet bestaat, zouden wij elkaars bewegingen automatisch na-apen. Als ik mijn koffiekop grijp, zou jij dat ook doen. Spiegelneuronen zouden wel eens de eerste biologische link kunnen zijn geweest tussen zender en ontvanger. Op een bepaald neurologisch niveau is er begrip van de lichamelijke actie van de ander, zodat er communicatie ontstaat: wederzijds begrip of inleving.

TONY BELPAEME: Of taal is ontstaan uit kreten of handgebaren blijft een open debat. Spiegelneuronen kennen ook hevige tegenstanders. Het onderzoek staat nog in de kinderschoenen.

Zit taal in onze genen?

BELPAEME: Begin jaren negentig werd een Britse familie ontdekt waarvan de helft van de leden ernstige problemen heeft met taal. Tien jaar later werd er een genetische basis voor deze afwijking gevonden, het FOXP2 -gen. Dit gen had bij deze mensen een mutatie ondergaan. We weten ondertussen dat dit gen, anders dan vermoed, niet typisch menselijk is. Het is integendeel een zeer oud gen dat opmerkelijk weinig mutaties heeft ondergaan in de loop van de geschiedenis. De laatste mutatie ervan vond op een interessant tijdstip plaats: zo'n 100.000 jaar geleden, bij het verschijnen van de anatomisch moderne mens. Dat bewijst dat het taalvermogen vervat zit in ons DNA, en dus uniek menselijk is.

GONTIER: Het is complexer dan dat. Deze mensen kunnen slecht articuleren en hebben ook problemen bij het uiten van mimiek. Ze hebben ook een wat lagere intelligentie, wat een verklaring zou kunnen zijn voor hun grammaticale problemen. Dat gen heeft dus mogelijk niet zozeer met taal of grammatica te maken, maar eerder met spraak. Het kan de reden geweest zijn dat we zijn overgegaan van gebaren naar spraak, maar zelfs dat is niet zeker. Misschien heeft het gen alleen maar de mogelijkheid tot spraak bevorderd. Als dat gen niet was gemuteerd, zouden we misschien allemaal zo slecht articuleren als die familie doet.

U zoekt alle drie soms vergeefs naar de Nederlandse vertaling van een Engels woord. Spreken we straks allemaal Engels?

BELPAEME: Het Engels sijpelt overal binnen. Als je op een speelplaats ergens in Vlaanderen zou gaan luisteren, zul je horen dat die taal gewoon doorspekt is van Engelse woorden. Er zijn allerlei instituten die taal proberen te reguleren, maar het is de man in de straat die uiteindelijk bepaalt welke taal we spreken.

Is de evolutie van taal in een stroomversnelling terechtgekomen?

BELPAEME: Ik ben daarvan overtuigd. Mijn grootmoeder is haar hele leven lang niet verder dan twintig kilometer van haar geboorteplaats geweest. Nu reizen mensen de wereld rond. Dertig jaar geleden hoorde je in Vlaanderen alleen maar Nederlands. Maar nu krijg je veel meer talen te horen. Op straat, en via de media. Daar komen nu allerlei nieuwe technologieën bij, zoals e-mail, chat, sms. Taal wordt bondiger, mensen gaan meer afkortingen gebruiken, punctuatie en hoofdletters vallen weg. Ik denk dat die dingen een hele grote invloed hebben. Maar onderzoeken zijn daar nog niet naar gevoerd.

GONTIER: De evolutie van het geschreven woord heeft niks te maken met de evolutie van taal als fenomeen. Je kunt het schrift niet op gelijke hoogte stellen met spraak of gebarentaal. Je kunt stellen dat spraak een vorm van taal is, en gebarentaal een andere vorm van taal. Ze kunnen biologisch gezien aan elkaar gelinkt worden. Het schrift niet. Je kunt ook niet stellen dat het schrift een verdere evolutie van taal is, want er zijn vandaag nog altijd culturen die geen schrift hebben, en toch is hun taal even complex. Een schrift is niet meer dan een bestaande taal, een gesproken taal, die wordt opgeschreven. Maar daarbij gaat veel verloren: intonatie, ritme, mimiek, gebaren.

Hoe zou taal in de toekomst kunnen evolueren?

BELPAEME: Je kunt computersimulaties laten draaien en zien hoe taal er over 100.000 jaar zou kunnen 'uitzien'. Maar dan heb je slechts één mogelijk scenario, en het probleem is dat er misschien wel duizend miljard mogelijke scenario's zijn. Taal is een complex dynamisch systeem, wat betekent dat er zodanig veel factoren op elkaar inspelen dat je onmogelijk kunt voorspellen waar het naartoe zal gaan. In die zin kun je taal vergelijken met het weer. Je kunt het weer voorspellen voor morgen, misschien voor overmorgen, maar niemand durft te zeggen welk weer het over veertien dagen zal zijn.

GONTIER: Het is pure speculatie. Ik weet niet welke genetische mutaties er zich zullen voordoen bij de mens. Pas als we weten hoe taal is ontstaan, zullen we meer inzicht krijgen in hoe taal verder zou kunnen evolueren.

BELPAEME: Er is een theorie die zegt dat taal ontstaan is om mee te pronken, dat mensen met een grotere woordenschat meer succes hebben bij het andere geslacht. Taal zou dan een seksueel gedreven ontsporing van de evolutie zijn. Zoals de staart van een pauw.

© 2006 Roularta Media Group NV